‘Omgeven door erkenning en toch worstelend met een diep gevoel van miskenning.’ Deze kenschets van de dichter Guillaume van der Graft gaf André Troost in zijn proefschrift Dichter bij het geheim uit 1998. In dat jaar bleek de erkenning voor de poëzie van Van der Graft onder meer uit de bekroning van zijn verzamelbundel Mythologisch met de Sjoerd Leikerprijs. Vanmorgen is de dichter en theoloog in zijn woonplaats Utrecht overleden
Nederlands en theologie Guillaume van der Graft (het pseudoniem van Willem Barnard) was in 1920 geboren in Delfshaven als de enige zoon van een echtpaar uit de kleine middenstand. Zijn ouders hadden een herenkapperszaak en brachten hem als kleine jongen hele dagen onder bij twee ongehuwde katholieke zussen, die hun buren waren. De jonge Willem die op zijn vijftiende zijn eerste gedichten schreef, studeerde een jaar Nederlands in Leiden, moest daarop in militaire dienst en begon vervolgens aan een studie theologie in Utrecht. Omdat hij de loyaliteitsverklaring niet had getekend, werd hij door de Duitsers gevorderd voor de Arbeitseinsatz. Na de oorlog maakte hij zijn studie af.
In dienst van de kerk Willem Barnard is predikant geweest in verschillende plaatsen. Hij begon in het Overijsselse Hardenberg en werd vandaar beroepen naar Nijmegen. Van 1954 tot 1959 was hij studiesecretaris van de Prof. G. van der Leeuwstichting in Amsterdam. Vanwege een slecht werkende long moest hij in 1959 gedwongen rust nemen in een sanatorium in Laren en in februari 1960 bleek een operatie noodzakelijk. Na zijn herstel koos hij ervoor in een niet te grote gemeente zijn werkzaamheden weer te hervatten: vanaf Kerstmis 1961 nam hij het pastoraat waar te Rozendaal. Had hij vóór 1960 zijn talent met name aan de literatuur gewijd, daarna stelde hij het vooral in dienst van de kerk.
Schrijvenderwijs Guillaume van der Graft debuteerde in 1946 in de Helikon-reeks met de bundel In exilio. Voor Vogels en vissen (1953), zijn zesde bundel, kreeg hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs. Deze bundel rekende hij later tot de derde periode in zijn werk, waarvan doop en opstanding de trefwoorden waren. Het vaak geciteerde en hieronder integraal opgenomen ‘Schrijvenderwijs’, dat tot navolging door epigonen en ook tot parodie aanleiding heeft gegeven, is uit deze bundel afkomstig. Voor Woorden van brood (1956) uit zijn vierde periode, met als centrale thema’s huwelijk en eucharistie, ontving hij in 1957 de Poëzieprijs van Amsterdam, die hij deelde met Maurits Mok.
Leerboeken In de jaren zestig had het er de schijn van dat hij afscheid had genomen van de literatuur. Hij publiceerde in 1961 nog wel de bundels Gedichten en Een stadsmens, maar schreef daarna een reeks boeken bestemd voor de leden van de oecumenische kerkgemeente. Het waren leerboeken over de uitleg van de Heilige Schrift, over kerkliederen en over de liturgie, maar ook gebedenboeken voor kerkelijke hoogtijdagen. Daarnaast verleende hij medewerking aan de Nieuwe berijming van de psalmen van de Interkerkelijke Stichting voor de Psalmberijming (1968) en Liedboek voor de Kerken (1973). In 1973 bracht hij na twaalf jaar ook nieuwe poëzie: Na veertig.
Zoekende Het werk van Guillaume van der Graft / Willem Barnard is geheel doordesemd van bijbels-religieuze motieven. Hij vertelt niet simpel na wat in de Schrift staat, maar gebruikt dat als vertrekpunt voor eigen inspiratie. Anders dan de dominee-dichters vóór hem is hij een twijfelaar en een zoekende. Niettemin is het predikaat christelijk volledig van toepassing op al het door hem geschrevene. Zijn Verzamelde gedichten verschenen een eerste keer in 1982, in 1986 gevolgd door zijn Verzamelde liederen. Daarna is hij niet stil blijven zitten. Zo kwamen er van Hebdomarium of zevendagenboek (een soort brevier) meer dan tien delen uit.
Ongeloof bestrijden ‘Ik kan geen gedicht schrijven wanneer ik het wil. Een gedicht dient zich aan, soms met een enkele regel. Het kan op een moment gebeuren dat ik het niet kan gebruiken omdat ik ander werk heb. Een gedicht eist me helemaal op. Soms weken achtereen.’ Zo karakteriseerde hij zijn dichterschap in een vraaggesprek met Bibeb. Hij zei toen ook dat hij poëzie schreef om zijn ongeloof te bestrijden. Een saillante uitspraak voor een emeritus-predikant. Niet lang na zijn vervroegde uittreding om gezondheidsredenen in 1975 ging hij in Utrecht wonen waar hij een toevlucht vond in de Oud-Katholieke Kerk.
Selecties Na een tweede, uitgebreide druk in 1985 van Verzamelde gedichten selecteerde hij in Mythologisch (1997) een eerste keer de gedichten die hij wilde overleveren, deels in gewijzigde vorm en aangevuld met nieuwe poëzie. In Lijfeigen : liefdespoëzie 1942-2002 bundelde hij in 2003 de mooiste, meest indringende gedichten die hij schreef voor de drie belangrijke vrouwen in zijn leven. Eerder had hij Onbereikbaar nabij (1997) gepubliceerd, poëzie over afscheid na de dood van zijn vrouw, de bundels Een ongedurige dageraad (1999) en De weg van de wind (2001), met louter gedichten die ‘korter zijn dan een sonnet’, en vier delen Gepeins bij psalmen (2003-2005), waarin hij op een oorspronkelijke manier alle vijftien oudtestamentische psalmen bespreekt.
Dagboeken Praten tegen langzaam water (2007) is een bijna 350 pagina’s tellende door hemzelf gemaakte bloemlezing uit zijn gedichten. Tot de recente publicaties horen ook Anno domini: dagboeken 1978-1992 (2004) en Een dubbeltje op zijn kant : dagboeken 1945-1978 (2005), een keuze uit de dagboeken die hij bijhield vanaf zijn dertiende.
Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein
Schrijvenderwijs
Schrijvenderwijs was ik ingeslapen, schrijvenderwijs werd ik wakker bij nacht omdat er woorden stonden te blaten onder het open raam waar ik lag.
Wie had hen daar bijeengedreven? Was het de honger of was het de wind? Ze stonden in een beginnende regen doodstil te kleumen op het grind.
Toen heb ik ze mee naar boven genomen, de grote ruit van de spiegel besloeg. Ik had voordien nooit geweten hoe men woorden halfslapend naar boven droeg.
Maar ‘s morgens vroeg toen ik ontwaakte, waren ze weg en de deur stond los. De zon scheen hoog en droog. Er zaten vogels te lachen in het bos.
Uit: Van der Graft, Praten tegen langzaam water : gedichten 1942-2007: een keuze. De Prom, 2007. |
21 February 2011 at 23:30
Hoi Henriette,
Ik ben een liefhebber van film theater en literatuur en hoopte dat er nog geen blog was omdat ik op mijn blog http://vintagelein.blogspot.com hieraan veel aandacht wil besteden.
Maar, ik vond jouw uitgebreide blog. Ik zal er eens de tijd voor gaan nemen om het door te lezen. Wellicht kan ik me laten inspireren of veel van je opsteken.
Groetjes van Marjolein